In de jaren 1960 in Azië speel je als investeerder namens vier opkomende economieën: Zuid-Korea, Taiwan, Singapore en Hongkong. Deze zogenaamde Asian Tigers strijden om economische groei door beleidsmaatregelen en investeringen. Jij helpt ze door energiecentrales, fabrieken en onderzoeksinstellingen te bouwen, maar ook door grondstoffen te produceren zoals schepen, machines, auto’s en elektronica.
Het doel is om markten te bedienen en je eigen economische doelen te halen. Het spel gebruikt een eenvoudig maar interactief mechanisme waarbij je de invloed van je acties afweegt tegen die van anderen. Wie slaagt erin de meest stabiele en groeiende economie te creëren?