In Codenames draait het om woorden en associaties. Het bord toont 25 kaarten met codenamen – elk wordt een 'spion' genoemd. Één speler per team (de spionnenmeester) weet welke kaarten bij zijn team horen. Zijn taak? Een zo kort mogelijke aanwijzing geven (één woord) die meerdere codenamen van zijn team verbindt, zodat zijn teamgenoten zo veel mogelijk juiste kaarten omdraaien voordat de tijd om is. Maar pas op: draai je een kaart van de tegenstander om, dan verlies je direct. Raak je de 'huurmoordenaar' aan, en je team verliest meteen het spel.
Het spel werkt met een zandloper om de tijd in de gaten te houden en sleutelkaarten om het spel makkelijker of uitdagender te maken. De kaarten bevatten 400 verschillende codenamen, maar per spel worden er slechts 25 gebruikt – waardoor elke pot nieuwe associaties en strategieën vereist. De Nederlandse editie gebruikt woorden uit de Nederlandse en Belgische cultuur (plaatsnamen, eten, lokale betekenissen), wat het spel uniek maakt.
Inhoud: 16 spionkaarten (twee kleuren), 1 dubbelspionkaart, 7 onschuldige omstanders, 40 sleutelkaarten, spelregels, kaartenstandaard en een zandloper.